Beeldsnijwerk

Introductie

Eerst is het oorspronkelijke beeldsnijwerk dat ooit op 'De Delft' moet hebben gezeten zo goed mogelijk in kaart gebracht. Naast tekeningen en schilderijen van 'De Delft' is ook gebruik gemaakt van voorbeeldmateriaal van VOC-schepen uit dezelfde periode. Ook de kleuren van het beeldsnijwerk worden afgeleid van voorbeelden van VOC-schepen op schilderijen uit de tijd dat ze daadwerkelijk de wereldzeeën bevoeren.

Materialen en gereedschappen  

Voor het beeldsnijden worden vooral houten hamers gebruikt, in diverse groottes en zwaartes. Door de kenmerkende vorm van deze hamers - een ronde steel met een tonvormige ronde kop erop - worden deze hamers 'flesjes' genoemd. Door deze vorm hamers te gebruiken sla je nooit mis en blijven zowel de 'flesjes' als de handvatten van de beitels en gutsen heel. De 'flesjes' worden meestal op de houtdraaibank zelf gemaakt.

Voor beeldsnijwerk zijn vele soorten en maten beitels, gutsen, gekropte gutsen, burijnen en visstaarten nodig. Het gereedschap moet goed scherp blijven. Daarom worden deze regelmatig scherp gemaakt met een slijpsteen en een wetsteen. Gereedschap wordt niet op elkaar gelegd, maar apart van elkaar in hoezen gestoken. Beeldsnijders zijn zuinig op dit dure gereedschap en gaan er zorgzaam mee om.

Voor het aftekenen worden een potlood, duimstok, winkelhaak, zwaaihaak en een aftekenhoutje gebruikt. Bij het tekenen van patronen wordt semi-doorschijnend kalkeerpapier en carbonpapier gebruikt.

Voor het bewerken van grof hout dienen diverse soorten zagen en schaven, zoals profielschaven, blokschaven, sponningschaven en kopshoutschaven.

Voor het vastzetten van het werkstuk en voor het verlijmen van samengestelde werkstukken  worden lijmklemmen gebruikt.

Voor het beeldsnijwerk worden diverse houtsoorten gebruikt. Beelden die aan de buitenzijde van het schip bevestigd worden zijn vaak gemaakt van eikenhout, dat beter bestand is tegen vocht. Beeldsnijwerk in het interieur van het schip is meestal gemaakt van het goedkopere en lichtere iepenhout. Beeldsnijwerk op VOC-schepen, zowel binnen als buiten, werd in de regel geverfd.  

Werkwijze  

Een beginnende beeldsnijder leert eerst omgaan met diverse houtsoorten en  gereedschappen door het maken van een aantal kleinere werkstukken, zoals een krul of een rozet. Heeft de beeldsnijder daarmee voldoende ervaring opgedaan, dan komen moeilijker werkstukken in beeld. Het maken van beeldsnijwerk doe je in de volgende stappen:

  • Je begint met het klaarleggen van het benodigde gereedschap: werkplek, lijmklem voor het vastzetten van het werkstuk, flesjes, beitels en gutsen, potlood en papier.

  • Het werk start met het uitzoeken of maken van een sjabloon. Dit is een stuk kalkeerpapier, waarop het patroon is getekend dat straks op het hout moet worden overgebracht. Dit sjabloon teken je met behulp van carbonpapier over op het stuk hout (bijvoorbeeld een rond stuk plank voor een rozet, of een balk voor een dikker en langer beeldsnijwerk). Leg daartoe het stuk hout op de werkbank, leg carbonpapier erop en daarop weer het sjabloon. Teken het sjabloon met een potlood over; het patroon komt daardoor ook op het stuk hout te staan.

  • De tekening op het hout is eendimensionaal en ligt in het platte vlak. Door het wegsteken van materiaal op de lijnen van de vorm die op het hout is overgetrokken wordt het patroon straks verdiept en driedimensionaal. Door je geconcentreerd voor te stellen hoe het uiteindelijke beeldsnijwerk eruit moet komen te zien, maak je een ruimtelijke voorstelling van waar het hout moet blijven zitten en waar het moet worden weggestoken.

  • Met behulp van beitels en gutsen steek je de contouren in van de diverse vormen waaruit het beeldsnijwerk is opgebouwd in het tot dan toe vlakke stuk hout. Je kiest daartoe de beitel, guts, visstaart of burijn die qua vorm het beste aansluit bij het stuk lijn dat je wilt inkepen. Je zet het gereedschap loodrecht op het hout en slaat met een 'flesje' op het handvat, totdat je een lijn van ongeveer een centimeter diep in het hout hebt staan.

  • Vervolgens verbreed je de lijnen van de contouren door met behulp van je steekgereedschap en een 'flesje' materiaal weg te steken.

  • Afhankelijk van het patroon kan het zijn dat de contouren van de vormen van het beeldsnijwerk nog verder verdiept moeten worden. Dat kan op dezelfde wijze als eerder beschreven, door de lijnen loodrecht op het hout dieper in te steken en vervolgens meer materiaal vanaf de zijkanten richting de lijn weg te steken, waardoor deze verdiept en verbreed wordt.

  • Het verder vormen van het gewenste patroon gebeurt door met behulp van het diverse steekgereedschap steeds materiaal weg te steken, daar waar een verdieping in het oppervlak gewenst is. Dit doe je op het oog. Hierbij kan het handig zijn om toe te werken naar een voorbeeld of een foto of tekening van het gewenste beeld. Steeds maak je je een ruimtelijke voorstelling van hoe het eindbeeld eruit komt te zien. Al werkende wordt de structuur van het gewenste patroon in het hout steeds beter zichtbaar.

  • Let op (1) - Het is van belang dat het steekgereedschap steeds goed scherp is, om te voorkomen dat stukken hout van het werkstuk afbreken door teveel kracht te moeten zetten op bot geworden gereedschap. Het gereedschap moet regelmatig worden geslepen en gewet. Dit doe je met behulp van een slijpschijf en daarna een wetsteen. Het wetten die je steeds één kant op, zodat de moleculen van het staal in dezelfde richting lopen. Daardoor blijft het staal scherper. Het steekgereedschap is duur en niet overal te krijgen. Ook daarom is het van belang er zorgvuldig mee om te gaan: laat het gereedschap niet vallen en leg het niet boven op elkaar, maar steek het steeds weg in een opbergzak met aparte sleuven voor elk stuk gereedschap.

  • Let op (2) – Let er bij het maken van beeldsnijwerk op dat je het materiaal wegsteekt in de richting van het massieve deel van het hout, en niet naar de uiteinden toe. Daarmee voorkom je dat uiteinden van het hout kunnen splinteren, afbreken of losscheuren.

  • Let op (3) – Kleine werkstukken worden gemaakt van een stuk plank van enkele centimeters dik. Grotere stukken kunnen gemaakt worden uit dikkere balken. Zijn deze te kort voor het complete werkstuk, dan wordt het beeldsnijwerk samengesteld uit diverse stukken. Een zeer groot beeld, zoals bijvoorbeeld een boegbeeld, kan gemaakt worden uit diverse 'plakken', die op elkaar gelijmd worden. Ook een complex patroon kan beter uit diverse stukken hout gemaakt worden, die op elkaar gelijmd worden. Dit voorkomt dat een beeldsnijwerk gaat scheuren of kromtrekken. 

  • Let op (4) - Beeldsnijwerk wordt niet te glad afgewerkt, vooral niet bij beelden die buiten aan het schip bevestigd worden. Schuurpapier wordt dan ook niet gebruikt. Je mag zien dat het handwerk is. Bovendien wordt beeldsnijwerk in de regel geverfd. Vooral beeldsnijwerk aan de buitenkant zit op enige afstand van de kijker, waardoor details niet zichtbaar zijn. 

NB - Beeldsnijwerk vraagt naast de nodige oefening vooral om concentratie en plezier in het werk. Het is werk waar geduld en zorgvuldigheid bij nodig zijn. Naast kennis van het materiaal en het gereedschap is ruimtelijk inzicht, creativiteit en een kritische blik nodig. Het is leerzaam om goed te kijken hoe collega's het doen en om voorbeelden na te maken.

 
Kies Taal...

Benodigd Gereedschap

See 'Materialen en Gereedschappen' in main text

Benodigde Materialen

See 'Materialen en Gereedschappen' in main text